Zen Dōjō Heerlen - Kai Myō

kaimyo
Kai Myō

Op onze weg bestaat de uitdrukking “Kai Myō”. De beide karakters die deze uitdrukking aangeven betekenen “oceaan” en “ondoorgrondelijkheid”.

Dus: “oceaan van ondoorgrondelijkheid”. Dat is een andere uitdrukking voor stilte. Het gaat daarbij niet alleen maar om een stilte die we binnen kunnen gaan, zoals iemand die een stille ruimte betreedt, maar om stilte die in ons ontwaakt, en die voor het onderscheidende bewustzijn ligt.

sea

Als we in een diepe oceaan duiken, mag dat iets beangstigends of bedreigends hebben, maar de stilte die binnen ons ontwaakt, zonder dat we haar bron kunnen aangeven, heeft niets bedreigends. Ze is het natuurlijk element van de innerlijke geest, vredig, rustig, harmonieus. Zelfs een kleine waterdruppel omvat de hele oceaan. In een ogenblik van stilte is de totale wereld van stilte opgenomen.

Op onze weg gaat het daarom ook niet alleen om een uiterlijke ruimte van stilte te scheppen, maar het gaat erom de stilte in onszelf te laten ontwaken. Dat is de eigenlijke verdienste van de zazenhouding, van de zittende Boeddha. De uiterlijke stilte kan door vele dingen verstoord worden, maar als er geen binnen of buiten is wordt er niets verstoord. In het leven van alledag gebruiken we voortdurend ons onderscheidend bewustzijn. Maar hoe meer we de wereld begrijpen door middel van dit bewustzijn, des te meer verdwijnt de stilte. Als de stilte verloren gaat, gaan wij zelf verloren.

Als de stilte weer opkomt, worden wij zelf heel. Dat is de achtergrond van de dagelijkse beoefening.

L. Tenryū Tenbreul