Zen Dōjō Heerlen - Kai Myō

Veelgestelde vragen

Welke kleding draag ik in de Dōjō?

Donkere gemakkelijk zittende kleding is het meest gepast. Voor het betreden van de meditatieruimte vragen wij je, je schoenen en sokken uit te doen. Sommige mensen dragen in de Dōjō een kimono. Dit is geen verplichting. Je kunt zelf beslissen of je (op termijn) een kimono wenst aan te schaffen.

faq

Waar kan ik met mijn vragen terecht?

Bij zen wordt het persoonlijke contact sterk benadrukt. Als je vragen hebt, stel ze dan gerust in de Dōjō. Daarvoor hebben we twee manieren. Je kunt informeel voor of na zazen een vraag stellen aan een van de verantwoordelijken of oudere leerlingen, dat is altijd mogelijk. Je kunt ook om een persoonlijk onderhoud vragen, dan gaan we even apart zitten of maken een aparte afspraak en bespreken je vraag. In onze sangha is het de gewoonte dat wie een vraag of twijfels heeft het initiatief neemt. Zit dus niet te wachten tot je gevraagd wordt iets te zeggen. Je kunt op elk moment naar iemand toestappen en je vraag stellen – behalve tijdens zazen natuurlijk!

 

Moet ik echt in de lotushouding zitten?

Nee. Maar het is meer dan de moeite waard om zo dicht mogelijk in de buurt van een lotushouding te komen. Om twee redenen. Ten eerste is het niet onbelangrijk om een degelijke lichamelijke investering in je zazen te steken. Zazen is niet een zuiver mentale praktijk, de fysieke betrokkenheid is fundamenteel om je beoefening in de realiteit van je leven te wortelen. Ten tweede is de lotushouding (of varianten ervan) een heel goede houding, een werkelijke belichaming van de geesteshouding in zazen: stabiel en geworteld in dit moment, open en alert voor wat zich aandient. Wie de houding niet kan aannemen is vanzelfsprekend even welkom.

 

Kan ik niet even goed thuis zazen doen?

Natuurlijk is het sterk aangeraden om thuis zazen te doen. De dag standaard beginnen en/of afsluiten met zazen is de beste garantie op een verdieping van je beoefening. Toch is het heel belangrijk om regelmatig naar de Dōjō te komen. Ten eerste omdat, hoe eenvoudig de techniek van zazen ook is, de kans heel erg groot is dat onze ingewikkelde geest er iets anders van maakt. Daarom is een regelmatig contact met levend onderricht simpelweg onontbeerlijk. Ten tweede is de ervaring samen met anderen zazen te doen op zich al een uitdrukking van waar zazen over gaat: de doorleefde ervaring van het ongescheiden bestaan. Wie altijd alleen mediteert loopt het risico er een geïsoleerd ego aan over te houden.

 

Ik ben geen Boeddhist. Is dat verenigbaar met Dōjō-bezoek?

Absoluut. Je zou trouwens niet de eerste zijn. Zen heeft geen enkel religieus dogma en gaat werkelijk enkel over de authentieke beleving van de realiteit van ons bestaan. De wijsheid en het mededogen dat van hieruit opwelt is verenigbaar met alle andere wijsheidstradities.

 

Ik voel me helemaal niet religieus, of spiritueel. Ik wil gewoon een beetje op krachten komen of uitrusten. Kan dat?

Natuurlijk. Als je denkt dat samen zitten in de Dōjō je deugd kan doen, wees welkom. Het onderricht en de omgeving is gericht op mensen die de weg van zen vanuit ‘de geest van het ontwaken’ willen beoefenen. Maar dat is een puur persoonlijke beslissing.

zen

Is zen een therapie?

Nee. Er bestaan inderdaad therapieën die gebruik maken van zitmeditatie (mindfulness, om er maar eentje te noemen) en sommige van die trainingen zijn efficiënt. In de Dōjō bieden we geen therapie. Het is belangrijk om dat goed voor ogen te houden. De mensen in onze Dōjō functioneren niet als psychologen, psychiaters of therapeuten en zijn op geen enkele manier opgeleid om psychische, labiele situaties op te vangen of op te lossen. Om zazen te kunnen doen heb je een minimum aan zelfbeheersing en alertheid nodig.

 

Waar dienen de ceremonieën voor, kunnen die niet weggelaten worden?

Dat zouden we inderdaad kunnen doen. De basis en het fundament van de beoefening is en blijft zazen en daar heb je strikt genomen geen enkele ceremonie voor nodig. Waarom doen we ze dan wel? Daar zijn een hele reeks goede redenen voor. Om je een idee te geven:

  1. Als uitdrukking van het feit dat zazen in de Dōjō geen ontspanningstechniek is. Het is de praktijk van onze Boeddha-natuur en alle bewegingen en teksten in de ceremonie drukken dat uit.
  2. Als eenvoudige praktijk van ‘zen in beweging’. Net zoals in zazen concentreren we ons helemaal op elk gebaar en elke klank. Zo wordt de overdracht van zazen in onze dagelijkse bezigheden, waarin we bewegen en klank voortbrengen, gemakkelijker gemaakt. We zingen die teksten trouwens in het Japans en het Chinees, zodat we tijdens de ceremonie echt klanken uitstoten en niet al te veel bezig zijn met hun inhoud. (Natuurlijk is de studie van die teksten best aan te raden).
  3. Als uiting van vrijgevigheid. Zazen kan gemakkelijk ontaarden in navelstaarderij. In een ceremonie moeten we sterk op elkaar letten, ons op elkaar afstemmen en echt deelnemen aan wat er op dat moment in de Dōjō gebeurt. Zo kan onze zazen ook meer het aspect van actieve deelname aan het bestaan krijgen en kunnen we ons dagelijkse leven ook meer in de geest van vrijgevigheid beleven.
  4. Simpelweg als overgang tussen stil zitten en op jezelf letten en de terugkeer naar de drukte van de straat.

 

Er is geen klooster, maar er zijn wel monniken. Hoe zit dat?

In onze Dōjō zijn inderdaad een aantal monniken en nonnen die toch in familieverband leven en voor hun dagelijks inkomen een baan hebben. Dit maakt deel uit van de visie van drie generaties van meesters in onze school (Kōdō Sawaki, Taisen Deshimaru en Ludger Tenryū Tenbreul), waarin onderzocht wordt hoe de zenmonnik in onze geseculariseerde moderne wereld als een bodhisattva kan leven met en naast de leken. Het monnikenleven en het lekenleven lijken op deze manier weinig te verschillen. De essentie van het verschil ligt in de belofte van de monnik of non om in deze taak de praktijk van en met de sangha centraal te stellen. Je zou kunnen zeggen dat de monniken en nonnen zich specialiseren in het mogelijk maken van zazen en onderricht voor iedereen.